Home » omgaan met kinderen met een regulatiestoornis

Omgaan met kinderen met een regulatiestoornis

Het belangrijkste om te weten is dat kinderen met een regulatiestoornis alles stap voor stap moeten doen. Het kunnen kleine stapjes zijn maar het belangrijkste is dat ze vooruit gaan. Duidelijkheid is erg belangrijk, net als eraan denken dat het kind niet overvraagd wordt (één vraag tegelijk totdat deze verwerkt is, daarna de volgende vraag of opdracht.)

In de benadering van een kind met een regulatiestoornis kan het beste rekening worden gehouden met zes factoren:

  • meevoelen,
  • regels en grenzen,
  • eigen initiatief aanmoedigen,
  • zelfkennis bevorderen,
  • niet overhaasten,
  • speciale tijd vrijmaken.

meevoelen

Vaak helpt het om het gevoel van het kind te benoemen. Dit is heel simpel. Als het kind bijvoorbeeld schreeuwt omdat het iets wil hebben wat niet mag kan je zeggen: ik weet dat jij nu boos bent (omdat je dat wil hebben en het mag niet.) Door erkenning te geven aan hoe het kind zich op dat moment voelt zal het kind zich begrepen voelen. Probeer altijd zoveel mogelijk kalm te blijven en op een rustige manier een oplossing te zoeken (hoe moeilijk dit ook kan zijn.)

regels en grenzen

Regels en grenzen hebben is voor elk kind belangrijk. Kinderen die makkelijk overspoeld raken door hun gevoelens of door prikkels hebben zichzelf niet altijd onder controle. Om iets meer houvast te hebben zijn regels en grenzen voor hun dubbel zo belangrijk. Houd er rekening mee dat je je gehele lichaam gebruikt bij het stellen van grenzen. Het is dus niet alleen belangrijk wat je zegt maar ook de manier waarop je dit doet. Denk hierbij aan je lichaamshouding en aan je gezichtsuitdrukking.

eigen initiatief aanmoedigen

Kinderen met een regulatiestoornis kunnen zich vaak machteloos of hulpeloos voelen. Het is belangrijk dat zij een gevoel van geborgenheid meekrijgen van de ouder/verzorger. Dit gebeurd door te luisteren naar het kind maar ook door te kijken naar de gevoelens van het kind en door deze te benoemen. Het kind wordt ook geholpen door samen met het kind te anticiperen op een moeilijke situatie. Bereid zo'n moeilijke situatie samen met kind voor zodat deze de volgende keer makkelijker voor hem kan zijn. Het kind leert zich zo assertiever op te stellen in moeilijke situaties.

zelfkennis bevorderen

Kinderen met een regulatiestoornis kunnen het moeilijk vinden om hun gevoelens te verwoorden. Probeer er (eventueel samen met het kind) achter te komen wat zijn gevoel is. Benoem dit gevoel en leer het kind, als dit mogelijk is, zelf de gevoelens te benoemen als er iets aan de hand is. Probeer dus niet naar het probleemgedrag te kijken maar probeer uit te zoeken welk gevoel er bij het kind is. Zodra het kind zelf het gevoel kan benoemen kan je het er met het kind over hebben wat je daar mee kan (waar eerst probleemgedrag ontstond bij dit gevoel.) 

niet overhaasten

Probeer zo geleidelijk mogelijk een verandering te bewerkstelligen. Kinderen met een regulatiestoornis kunnen (erg veel) moeite hebben met veranderingen. Zij houden vaak niet van verassingen of plotselinge gebeurtenissen. Kondig (waar mogelijk) stap voor stap dingen aan. Bij het ene kind zullen dit kleine stapjes zijn en bij het andere kind zal grotere stappen ook werken. Als deze kinderen het gevoel hebben dat zij overhaast worden dan kan het kind "overlopen."

speciale tijd vrijmaken

Een speelkwartiertje in lassen met het kind is goed voor de vertrouwelijke band en het aanmoedigen van het initiatief. Maak een kwartiertje per dag vrij voor het kind om samen te spelen. Door te letten op het spel van het kind en door je hierbij aan te knopen kan je je gemakkelijker leren in te leven in de gevoelswereld van het kind.

Ook een vragenuurtje is een goed idee. Je kan een speciaal moment inlassen op de dag om samen met het kind te praten over problemen of over dingen die zij vervelend vinden. Door te zoeken naar een oplossing kan je het kind helpen zich beter staande te houden als zich zo'n situatie weer voordoet. Je kan bijvoorbeeld de dag doornemen, de leuke dingen maar ook de minder leuke dingen. Stilstaan bij de gevoelens van het kind versterkt het inzicht in denken en doen.